
April is een belangrijke overgangsmaand in de tuin. De temperaturen stijgen, de dagen worden langer en alles begint zichtbaar te groeien. Toch schuilt er nog een verrader: late nachtvorst. Daarom is het belangrijk om voorzichtig om te gaan met het uitplanten van je jonge planten.
Planten die je binnen hebt voorgezaaid, zoals tomaten, sla, kolen en kruiden, zijn niet gewend aan de buitenomstandigheden. Ze zijn opgegroeid in een stabiele, warme omgeving zonder wind, felle zon of temperatuurschommelingen. Zet je ze plots buiten, dan krijgen ze een schok en kunnen ze stilvallen in groei of zelfs afsterven.
Daarom is het belangrijk om je planten eerst af te harden. Dit betekent dat je ze geleidelijk laat wennen aan de buitenlucht. Begin door ze overdag enkele uren buiten te zetten op een beschutte plek, bijvoorbeeld tegen een muur of onder een afdak. Haal ze ’s avonds terug binnen zolang de nachten nog koud zijn. Na ongeveer een week tot tien dagen zijn de planten voldoende gewend en kunnen ze definitief buiten blijven, afhankelijk van het weer.
Let ook op met felle zon. Jonge bladeren kunnen verbranden als ze plots in direct zonlicht staan. Bouw dit rustig op door eerst halfschaduw te voorzien.
Bij het uitplanten zelf is het belangrijk om de juiste timing te kiezen. Plant bij voorkeur op een bewolkte dag of in de late namiddag, zodat de planten minder stress ervaren. Geef na het planten voldoende water zodat de wortels goed contact maken met de grond.
Bij twijfel over de temperatuur kan je altijd gebruik maken van een vliesdoek. Dit beschermt tegen koude nachten, wind en zelfs lichte vorst. Het creëert een iets warmer microklimaat waardoor je planten beter doorgroeien.
Door je planten rustig te laten wennen aan hun nieuwe omgeving, geef je ze een sterke start in volle grond. Geduld in april zorgt voor gezonde en krachtige planten in de maanden die volgen.























.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)
.jpg)











