Een UV-lamp in je vijverfilter helpt om zweefalgen (groen water) te verminderen. Het UV-licht doodt de algen in het water, waardoor het helderder blijft. Dit is een belangrijk hulpmiddel, zeker in de lente wanneer de zon sterker wordt en de algen snel groeien.
Controleren of de UV-lamp nog werkt
Voordat je iets gaat reinigen, controleer je eerst of de lamp nog functioneert. Meestal is er een klein controlelampje dat aangeeft of de lamp stroom krijgt. Let goed op: het UV-licht zelf is meestal niet zichtbaar voor het menselijk oog, dus een brandend controlelampje is het belangrijkste signaal.
Als het lampje niet brandt, controleer dan eerst de stroomvoorziening en de bedrading. Pas als alles aangesloten is en het lampje nog steeds niet brandt, kan het zijn dat de lamp versleten is en vervangen moet worden.
Leeftijd van de UV-lamp nagaan
UV-lampen verliezen hun effectiviteit na verloop van tijd, ook al blijven ze branden. De gemiddelde levensduur van een UV-lamp is ongeveer 6.000 tot 8.000 branduren.
Daarom wordt aangeraden om de lamp elke lente te vervangen, voordat het seizoen van sterk algenbloei begint. Een lamp die te oud is, werkt wel nog, maar geeft onvoldoende UV-straling om het water helder te houden.
Quartz-glas reinigen
Voordat je de lamp opent, zet je altijd eerst de stroom uit. Dit is essentieel om veilig te werken met elektriciteit en water.
Haal de UV-unit voorzichtig open volgens de handleiding. Meestal kan je de lamp en het beschermende quartz-glas uit de behuizing nemen. Het quartz-glas kan na verloop van tijd kalk- of vuilresten bevatten, waardoor het UV-licht minder goed door het glas gaat.
Reinig het glas voorzichtig met azijn of een ander mild kalkoplossend middel. Spoel het daarna goed af met vijverwater of schoon water om alle azijnresten te verwijderen. Zorg dat alles goed droog of correct geplaatst is voordat je de lamp terug in de filter plaatst en weer inschakelt.
Extra tip bij de eerste opstart
Wanneer je vijver na de winter weer opstart, is het verstandig om pomp en filter eerst 24 uur aan te zetten zonder de vissen te voeren. Dit geeft het filter en de UV-lamp de kans om op gang te komen.
Meet daarna de waterwaarden (pH, KH, nitriet, ammoniak) om te controleren of het water biologisch stabiel is.
Je kan eventueel ook startbacteriën toevoegen. Deze helpen het biologische proces in de filter sneller op gang en ondersteunen de opbouw van een gezonde bacteriepopulatie. Zo krijgen de vissen en planten een sterke start voor het nieuwe seizoen.